De basis van Automatisering

Lagen van automatisering

Elke vorm van automatisering c.q. ICT bestaat uit vier lagen. Of het nu gaat om uw thuiscomputer, uw smartphone of om de auto waarin u rijdt. De volgende ICT-lagen vormen altijd de basis voor elke vorm van automatisering:
 

1  Gebruiker

Elke vorm van automatisering start en eindigt bij de gebruiker. De gebruiker schaft een stuk automatisering aan (u koopt een tablet) of geeft opdracht tot de ontwikkeling ervan (de Belastingdienst laat het Toeslagensysteem ontwikkelen). Als het stuk automatisering is opgeleverd dan eindigt het proces ook bij de gebruiker omdat de gebruiker de automatisering kan gebruiken waarvoor hij deze heeft aangeschaft.
 

2  Software (applicaties)

Software (of programmatuur) zijn computerprogramma's, maar ook programma's voor spelletjes, televisies, telefoons, telefooncentrales, auto's, machines, etc.. De meest bekende vormen van software zijn Word, Excel en Outlook van Microsoft. In steeds meer apparaten komt slimme besturing voor in de vorm van software. Bijvoorbeeld de koelkast zet zichzelf hoger naarmate de temperatuur buiten de koelkast hoger wordt. Software kan worden ingedeeld naar toepassingsgebied of gebruikersgroep.
 
  • Privésoftware; software voort thuis op de pc of de spelcomputer. Denk hierbij aan browsers, computerspelletjes en educatieve software.
  • Kantoorsoftware; bestaat vaak uit een tekstverwerker, een spreadsheet, een database, projectplanning en tekenprogramma’s. Kantoorsoftware draait meestal op de pc. Een bekende toepassing is MS-Office van Microsoft.
  • Bedrijfssoftware; zijn grotere softwarepakketten, vaak voor meerdere gebruikers. Bekende voorbeelden zijn Enterprise Resource Planning (ERP)-systemen zoals SAP, Baan en Customer Chain Management (CRM)-systemen. Onder bedrijfssoftware valt ook maatwerk. Dat is branche of organisatie specifieke software zoals het Elektronisch patiëntendossier, of de software van de belastingdienst, grote banken, industrie etc..
  • Systeemsoftware; wordt ook wel een besturingssysteem genoemd, met als bekende voorbeelden Windows, Unix of BASIC. Dit zijn alle programma's die nodig zijn voor het functioneren van het systeem, bijvoorbeeld om bestanden te kopiëren, te verwijderen, mappen aan te maken en de inhoud van een bestandssysteem zichtbaar te maken.
  • Ingebouwde software; embedded software is software die is ingebouwd in apparaten, zoals auto's, (Antiblokkeersysteem) thermostaten, televisies, camera's, mobiele telefoons, navigatiesystemen, dataloggers, GPS-cliënten, remote sensors en satellieten.
 
Op de pagina Systeem- en Softwareontwikkeling wordt ingegaan op de verschillende activiteiten die uitgevoerd moeten worden om software (applicatie) te ontwikkelen. Begrippen als architectuur, specificaties, technisch ontwerp, testen en acceptatie staan hier centraal.
 

3  Besturingssysteem

Een besturingssysteem (in het Engels operating system of afgekort OS) is een programma dat na het opstarten van een computer in het geheugen geladen wordt en dat de functionaliteiten aanbiedt om andere programma's uit te voeren. Het besturingssysteem zorgt onder meer voor:   
 
  • Het starten en beëindigen van programma's; het uit te voeren programma wordt naar het interne geheugen geschreven. De processor voert de opdracht uit.
  • Communicatie met randapparatuur; het besturingssysteem verwerkt de instructies van bijvoorbeeld het toetsenbord en de muis en geeft instructies aan de monitor en de printer. 
  • Geheugenbeheer; organisatie voor opslag van gegevens en regeling voor het ophalen en wegschrijven van bestanden.
  • Het verdelen van toegang tot systeembronnen; het besturingssysteem verdeelt de toegang tussen het RAM-geheugen, de opslag en de printer tussen de verschillende actieve programma's.
  • Multitasking; het besturingssysteem bepaalt welke programma op welk moment moet draaien (als het besturingssysteem het toelaat dat meer programma's tegelijkertijd draaien).
  • Energiebeheer; bij laptops en computers die op batterijen werken.
 
Veel gebruikers kennen alleen Windows als besturingssysteem. Maar er zijn ook andere besturingssystemen zoals Linux, BEOS of OS/2. Maar gebruikers (zowel individuele gebruikers als organisaties) zijn bang om het vertrouwde Windows platform te moeten verlaten. Dat is dan ook de reden dat Windows nog steeds een monopoliepositie heeft. 
 

4  Hardware

Met hardware (apparatuur) worden in de computertechniek alle fysieke componenten aangeduid die in een apparaat een rol spelen. Onder hardware vallen bijvoorbeeld de computer, de Laptop en de smartphone. Hardware valt onder te verdelen in 2 groepen:
 
  • Interne componenten; zoals netvoeding, de processor, het interne geheugen, de harde schijf, de DVD-romspeler, de videokaart en de geluidskaart.
  • Randapparatuur; zoals het beeldscherm, het toetsenbord, het beeldscherm, de muis, de digitale camera, de luidsprekers etc..
 
Het onderscheid tussen software en hardware is niet altijd eenduidig aan te geven. Ter wille van betere prestaties worden sommige functies in hardware geïmplementeerd, die evengoed in de vorm van software gerealiseerd kunnen worden. Bovendien zijn er tussenvormen, zoals firmware (software die in hardware is vastgelegd) en programmable gate arrays (generieke hardware die softwarematig van een functie wordt voorzien).
 

 

Deel House of Control via Social Media