De Obligatie

Wat is een Obligatie?

Obligaties zijn leningen die worden uitgegeven door bedrijven of overheden die geld nodig hebben. Als een belegger een obligatie koopt leent de belegger dus geld uit aan een onderneming of een overheid. De belegger ontvangt hiervoor een vergoeding in de vorm van rente. Hoewel obligaties niet populair zijn bij bij particuliere beleggers is de obligatiemarkt de grootste markt ter wereld. Dit omdat institutionele beleggers zoals pensioenfondsen de relatief veilige obligaties gebruiken voor risicospreiding van hun beleggingsportefeuille.

 

1   Kenmerken 

2   Soorten Obligaties

3   Rating 

4   Rendement van een Obligatie   

a   Couponrente
b   Koerswinst/verlies
c   Couponrendement
d   Koersrendement
e   Effectief Rendement

5   De Obligatie als Financieel Instrument

a   Aandelen
b   Geldmarktinstrumenten
b   Opties, Warrants, Termijncontracten & Swaps

 

1   Kenmerken van een Obligatie

Een obligatie is een lening die door een bedrijf (bedrijfsobligatie) of overheden (staatsobligaties) wordt uitgegeven om kapitaal aan te trekken om zo hun activiteiten te kunnen bekostigen. Deze lening wordt opgedeeld in stukken (coupures) en die stukken worden verhandeld op de obligatiemarkt. Als obligatiebelegger leen je dus in feite samen met een groot aantal andere beleggers één groot bedrag aan de uitgever van de obligatie. Kenmerken van een obligatie zijn:

 
  • Looptijd; op de obligatie staat aangegeven wat de looptijd van de lening is. Als de einddatum van de obligatie is bereikt dan zal de schuldenaar het nominale bedrag van de obligatie volledig aan je terugbetalen. Obligaties kennen geen vaste looptijd. De looptijden variëren van 1 jaar, 10 jaar, 30 jaar tot zelfs 100 jaar. 
 
  • Couponrente; de vergoeding voor het uitlenen van geld, de rente, wordt meestal jaarlijks uitgekeerd en wordt couponrente genoemd. De hoogte van de rente is gebaseerd op de hoogte van de marktrente op het moment van het uitgeven van de obligatie en van het risicoprofiel van de lening. Het risicoprofiel van de lening wordt bepaald door de de kredietwaardigheid van de uitgever van de obligatie en de looptijd van obligatie.  
 
  • Koersrendement; naast de ontvangen rente kun je ook koersrendement behalen doordat de beurswaarde van jouw obligatie stijgt. De koers van een obligatie is afhankelijk van veranderingen in de marktrente (renterisico), de kredietwaardigheid van de uitgever (debiteurenrisico) en van vraag en aanbod op de beurs (marktrisico). Als de marktrente daalt, zal de koers van een obligatie stijgen (en andersom). Immers je ontvangt op dat moment met de obligatie meer rente dan de marktrente. Dat maakt dat de obligate meer waard wordt. Tegelijkertijd wordt de koerswaarde lager als blijkt dat de kredietwaardigheid van de obligatiegever is afgenomen.   
 
  • Resterende Looptijd; een obligatie met een relatief lange resterende looptijd reageert over het algemeen sterker op een wijziging van de marktrente dan een obligatie met een relatief korte resterende looptijd. Zo zal de koers van een obligatielening een dag voordat de aflossing plaatsvindt niet meer reageren op renteschommelingen.
 
  • Rechtspositie; de houders van gewone obligaties hebben geen bijzonder voorrecht; als de schuldenaar, diegene die de obligatie heeft uitgeschreven, failliet gaat, worden ze na alle bevoorrechte schuldeisers terugbetaald. Er zijn ook obligaties die de rechtspositie van de obligatiehouder juist versterken (bevoorrechte obligaties) of juist verslechteren (achtergestelde obligaties). Hoe sterker de rechtspositie ten opzichte van andere schuldenaars hoe kleiner het risico dat de lening niet wordt terugbetaald. En daarmee nemen obligatiehouders met een bevoorrechte rechtspositie genoegen met een lagere (rente)vergoeding.
 
  • Op de beurs verhandelbaar; overheden en bedrijven kunnen op veel manieren geld lenen. Bijvoorbeeld bij banken of institutionele beleggers. De obligatie onderscheidt zich van deze vormen van lening omdat het bij een obligatie gaat om een op de beurs verhandelbaar schuldbewijs. Als de lening niet staat genoteerd op de beurs is het geen obligatie maar een andere vorm van lening. Je hoeft een obligatie overigens niet perse bij uitgifte te kopen (primaire markt). Je kunt bestaande obligaties namelijk ook kopen op de beurs (secundaire markt).

 

2   Soorten Obligaties

Obligaties komen in allerlei vormen en maten voor. Het betreffen allemaal varianten op de gewone obligatie met een vaste looptijd en een vaste (coupon)rente. Andere soorten obligatie onderscheiden zich van de gewone obligatie op aspecten als bijzondere voorrechten, looptijd, wel of geen rente, vaste of variabele rente of de mogelijkheid om een obligatie om te zetten in aandelen. 

 
  • Bevoorrechte obligaties; de houders van bevoorrechte obligaties worden eerst terugbetaald als de verstrekker van de obligatie (de schuldenaar) failliet gaat. Bepaalde activa van de schuldenaar gelden als borg voor de uitbetaling van het kapitaal en de verschuldigde rente. 
 
  • Achtergestelde obligaties; houders van achtergestelde obligaties worden bij faillissement van de verstrekker van de obligatie (de schuldenaar) pas na andere schuldeisers (inclusief de gewone obligatiehouders) terugbetaald. Deze obligatievorm komt bijvoorbeeld voor als een overheid een uitvoeringsorganisatie zoals de NS of een Energiecentrale tijdelijk financieel wil ondersteunen.
 
  • Obligaties met nulcoupon; bij deze zogenaamde nulcouponobligaties wordt er geen rente uitbetaald. De uitgifteprijs ligt lager dan de terugbetalingsprijs (de nominale waarde van de obligatie zoals staat vermeld op de obligatie). De belegger betaalt bij de uitgifte van de lening minder dan de nominale waarde. De rente wordt gedurende de looptijd van de obligatie bij de uitgifteprijs opgeteld. En bij de einddatum van de obligatie wordt dan de nominale waarde uitgekeerd.  
 
  • Geïndexeerde obligaties; obligaties waarvan het rendement gekoppeld is aan de ontwikkeling van één of andere index. Bijvoorbeeld als de rente is gekoppeld aan de inflatie, de goudprijs, een beursindex of aan een aandelenkoers. Er kunnen verschillende indexeringsclausules zijn. Bijvoorbeeld alleen de terugbetalingsprijs is geïndexeerd. Terwijl de jaarlijkse rente tegen de vastgestelde couponrente wordt uitbetaald. 
 
  • Converteerbare obligaties; converteerbare obligaties hebben, net als de gewone obligaties, een vaste rentevoet en een vaste looptijd. Het verschil zit in het feit dat de obligatiehouder het recht (maar niet de plicht) heeft om, gedurende één of meer bepaalde periodes en tegen vooraf vastgestelde voorwaarden, de obligatie om te zetten (te converteren) in aandelen.
 
  • Obligaties met variabele rente (Floating Rate Notes); deze type obligaties heeft geen vast niveau voor de coupon. Het niveau wordt periodiek herzien tegen vooraf vastgestelde indicatoren als bijvoorbeeld de marktrente.
 
  • Niet-aflosbare obligaties (Perpetuals); het gaat hier om obligaties waarvoor geen vervaldag wordt bepaald. Deze obligaties zijn in principe eeuwigdurend.
 

En zo zijn er nog wel meer varianten. Te veel om hier op te noemen. Maar het moge duidelijk zijn dat obligaties in alle vormen en maten voorkomen. Afhankelijk van de behoefte van de verstrekker en de houder van de obligatie.

 

3   Rating van Obligaties

Obligaties staan bekend als relatief veilige belegging. Er is sprake van een vaste rente opbrengt per jaar. En de lening wordt op de vervaldatum van de obligatie terugbetaald. Maar toch zijn ook aan obligaties risico's verbonden. Zo kan de schuldenaar, het bedrijf of overheid die de lening heeft uitgegeven, failliet gaan. De obligatie is dan niks meer waard. Om de kredietwaardigheid in te kunnen schatten van de uitgever van een betreffende obligatie kun je gebruik maken van het oordeel van verschillende ratingbureaus. Deze ratingbureaus, zoals Standard & Poors, Moody’s en Fitch geven op basis van meerdere indicatoren een rating over de financiële stabiliteit van overheden en ondernemingen. 

 
  • AAA-rating; de Nederlandse overheid kent de hoogst mogelijke rating, die van AAA. Omdat de Nederlandse overheid als zeer kredietwaardig wordt bestempeld kan zij tegen een heel lage rente geld lenen op de geldmarkt.
  • Junk bonds; wanneer de rating van een obligatie heel laag komt te liggen, zoals bij Ahold na het boekhoudschandaal, is er sprake van een junk bond. De kans op faillissement is aanwezig. Maar ook ontwikkelingslanden en landen als Rusland kennen een lage rating.  
 

Met behulp van de obligatierating is het dus gemakkelijker om het risico in te schatten dat je loopt als je in een obligatie investeert. Zo is het mogelijk om een portefeuille van obligaties of andere beleggingen samen te stellen met meer en minder risicovolle elementen. Met behulp van de ratingbureaus kun je vrij gemakkelijk tegen relatief weinig kosten inzicht krijgen in het risico dat met een bepaalde obligatie gepaard gaat. Met die kanttekening dat ratings niet altijd snel genoeg op de actualiteit in springen. En verbeteringen of verslechteringen niet direct in de beoordeling (rating) worden verwerkt. Denk bijvoorbeeld aan het verliezen van een grote klant. En zo wordt de ratingsbureaus ook verweten dat ze in 2007 niet snel genoeg hebben gereageerd op de negatieve ontwikkelingen op de woningmarkt. Die aan de basis stond van de financiële crisis in 2008.

 

4   Rendement van een Obligatie 

Veelal wordt gedacht dat het rendement van een obligatie zich beperkt tot de (coupon)rente die jaarlijks wordt uitbetaald. Niets is minder waar. Je kunt met obligaties ook een koersrendement behalen. En de koersen hebben ook nog eens effect op het effectieve rendement die je als obligatiehouder ontvangt. Hieronder worden de verschillen begrippen kort toegelicht. En wordt met een voorbeeld duidelijk hoe je het effectieve rendement van je obligatie moet berekenen. 

 

4a  Couponrente (= rentevergoeding)

Net zoals bij andere soorten leningen geeft de overheid of bedrijf een rentevergoeding over de schuld aan de obligatiehouder (bezitter van de obligatie). Deze zogenaamde couponrente, die veelal op de obligatie staat vermeld, is een percentage van de nominale waarde. Dus stel dat je als obligatiehouder beschikt over een obligatie van € 100.000 met een couponrente van 6% die jaarlijks aan het eind van het jaar wordt uitgekeerd dan ontvang je als obligatiehouder elk jaar 6% van € 100.000 = € 6.000 rendement voor het beschikbaar stellen van je geld. De hoogte van de couponrente wordt wordt bepaald op het moment van de uitgifte van de obligatie en is afhankelijk van:

 
  • De marktrente; is de rente die op een bepaald moment geldt op de kapitaal- en geldmarkt. De markt voor kortlopende leningen – van een dag tot maximaal 2 jaar – noemen we de geldmarkt. Langer lopende beleggingen, zoals obligaties, zijn onderdeel van de kapitaalmarkt. Onder marktrente verstaan we de rente die bij het verstrekken van een lening of krediet overeenkomt met de gemiddelde rente voor vergelijkbare obligaties.
 
  • De looptijd van de lening; obligaties met een langere looptijd kennen een hoger risico en daarmee een hogere rente. Immers de onzekerheid of de schuldenaar de lening terugbetaalt wordt groter naarmate de datum van aflossing van die lening verder in de toekomst ligt.
 
  • Kredietwaardigheid van de uitgever van de obligatie; in het algemeen geldt hoe lager de kredietwaardigheid van de uitgever van de obligatie hoe hoger de couponrente. Zo is geld uitlenen aan de overheid over het algemeen minder riskant dan aan een bedrijf dat in moeilijkheden verkeert. De kredietwaardigheid van de overheid is over het algemeen beter en daarmee is het risicoprofiel van de lening kleiner. En betaalt de overheid dus een lagere (coupon)rente. Dit geldt uiteraard niet voor landen met een lage kredietwaardigheid.
 

De jaarlijkse rentevergoeding is een vast gegeven. Met andere woorden, als je een obligatie in je bezit hebt ontvang je elk jaar over de nominale waarde van de obligatie, het bedrag dat op de obligatie staat vermeld, je couponrente. Ook als de waarde de obligatie gedurende de looptijd van de obligatie wijzigt.

 

4b   Koerswinst/verlies 

Naast de rentevergoeding kun je ook winst behalen op de waarde van de obligatie zelf. Een obligatie wordt altijd afgelost tegen de waarde die op de obligatie staat vermeld (=nominale waarde). De beurskoers van een obligatie is echter vrijwel nooit gelijk aan de nominale waarde van een obligatie omdat gedurende de looptijd van een obligatie de waarde van een obligatie verandert. Als belegger maak je naast de rentevergoeding ook rendement met de beurskoers. 

 
  • Obligatiekoers; als de markrente stijgt dan zal de waarde van de obligatie dalen. Marktrente en obligatiekoersen bewegen tegengesteld aan elkaar. En daarmee ook de prijs die je voor de obligatie moet betalen of ervoor kan ontvangen. Naast de actuele marktrente is de koers van een obligatie afhankelijk van veranderingen in de kredietwaardigheid van de uitgever (debiteurenrisico) en van vraag en aanbod op de beurs (economische ontwikkelingen).
 
  • Formule koerswinst/verlies; als de couponrente van een obligatie hoger ligt dan de marktrente van obligaties met een vergelijkbaar risico dan gaan geïnteresseerde beleggers alleen akkoord met een lagere prijs voor de obligatie dan dat ze er aan aflossing op gaan ontvangen. Beleggers zijn bereid om € 95.000 te betalen voor een obligatie van € 100.000. Wat overeenkomt met een koers van 95. Aan het eind van de looptijd heeft een belegger een aflossingswinst (koerswinst) van € 100.000 - € 95.000 = € 5.000. 
 
  • Communicerende vaten; het verschil tussen de marktrente en de couponrente en de daarmee samenhangede aflossingswinst (of verlies) zijn communicerende vaten. Hogere marktrentes leiden tot een lagere marktprijs van de obligatie. Wat leidt tot een aflossingswinst op de expiratiedatum. Waarbij de aflossingswinst gedurende de looptijd wordt gecompenseerd door de relatief lage rentevergoeding. Kortom; de verschillen in rentevergoeding die voor de belegger ontstaan (tussen de couponrente en de marktrente) als gevolg van een veranderende marktrente worden gecompenseerd door een hogere of lagere obligatiekoers.  
 
  • Berekenen obligatiekoers; het berekenen van de prijs voor een obligatie (de obligatiekoers) bij een veranderende marktrente, een verandering in de kredietwaardigheid van de schuldenaar en/of veranderende marktomstandigheden is een complexe wiskundige berekening. Waarbij de resterende looptijd een belangrijke factor is. Gelukkig hoef je deze berekening als belegger niet zelf uit te voeren. De beurskoersen van de grotere obligaties worden elke dag in de serieuze kranten gepubliceerd. In het kader zie je een voorbeeld van hoe de koers van een obligatie wordt weergegeven. 

 

4c  Couponrendement (=reële rente rendement)

Het couponrendement is niet, zoals vele denken, gelijk aan de couponrente. Bij het couponrendement hou je namelijk rekening met de daadwerkelijke aanschafprijs van de obligatie (= geïnvesteerd vermogen). Zoals eerder al aangegeven wordt een obligatie meer of minder waard als bijvoorbeeld de marktrente wijzigt. Bij het bepalen van het couponrendement druk je het rendement uit door de ontvangen rente te delen door het geïnvesteerde vermogen in de obligatie (= aanschafprijs van de obligatie). Een couponrendement zegt daarom meer over de winstgevendheid van je belegging dan de jaarlijkse couponrente (rentevergoeding) die je ontvangt. De rentevergoeding is namelijk een absoluut bedrag die niet wordt gerelateerd aan het vermogen dat je hebt moeten investeren om de rentevergoeding te ontvangen.    

Stel dat de marktrente sinds de uitgiftedatum van een obligatie van € 100.000 langzaam stijgt. Hierdoor daalt de marktwaarde van de obligatie. Als je als belegger de obligatie 8 jaar na uitgifte voor € 950.000 op de beurs koopt dan bedraagt bij een couponrente van 6% het couponrendement € 60.000 / € 950.000 = 6,3%. Het couponrendement noemen we ook wel het reële renterendement. Alleen als de aanschafwaarde van de obligatie gelijk is aan de nominale waarde van de obligatie geldt dat de reële rente (couponrendement) gelijk is aan de couponrente.

 

4d   Koersrendement

Zoals al eerder aangegeven kun je bij het beleggen in obligaties naast de rentevergoeding ook resultaat behalen op de waarde van de obligatie zelf. Hogere marktrentes leiden tot een lagere marktprijs van de obligatie (en visa versa). Wat leidt tot een aflossingswinst op de expiratiedatum. Immers je krijgt bij aflossing van de schuld op de expiratiedatum de € 100.000 nominale waarde van de obligatie uitgekeerd. Stel je koopt twee jaar voor de expiratiedatum van de lening een obligatie voor € 950.000. Je maakt dan een aflossingswinst van € 50.000. Om het koersrendement per jaar te bepalen druk je de aflossingswinst uit in het daarvoor benodigde geïnvesteerd vermogen. Het koersrendement over de resterende looptijd van 2 jaar bedraagt (€ 50.000 / € 950.000) = 5,2%. Het koersrendement bedraagt dan 5,2% / 2 jaar = 2,6% per jaar.

 

4e   Effectief Rendement (= Obligatierendement)

Het effectieve (echte) rendement dat een belegger behaalt op de investering in een obligatie is de optelsom van het couponrendement en het jaarlijkse koersrendement. Het effectieve rendement noemen we ook wel het obligatierendement. Het effectieve  rendement van het voorbeeld dat op deze pagina is uitgewerkt bedraagt dan 6,3% + 2,6% = 8,9%.

Op het eerste gezicht lijkt een effectief rendement van 8,9% hoog op een obligatie die een couponrente kent die lager is dan de marktrente. Een obligatie met een couponrente die lager is dan de marktrente klinkt niet aantrekkelijk. Dat klopt ook! Dat is ook de reden dat de koers (aanschafwaarde) van de obligatie daalt. Hierdoor ontstaat een aflossingswinst die het verschil tussen de markrente en de couponrente moet compenseren. Het effectief rendement (obligatierendement) moet ongeveer gelijk zijn aan de marktrente anders investeren beleggers liever in soortgelijke obligaties maar dan met een hoger (markt)rendement. 

 

5   De Obligatie als Financieel Instrument

Voor welke beleggers zijn obligaties interessant? Obligaties passen in de meeste goed gespreide beleggingsportefeuilles. Obligaties kunnen een risico dempend effect hebben in offensieve (aandelen)portefeuilles. Vaak is het zo dat obligaties in waarde toenemen naarmate het met de ontwikkeling van aandelenkoersen minder goed gaat en visa versa. Spaar je op de lange termijn dan kunnen obligaties juist extra rendement toevoegen. Zoals gezegd brengt dit wel risico’s met zich mee. Want ook obligaties kunnen in waarde verminderen. 
Obligaties kopen, hoe?; je kunt obligaties kopen via een broker, dit kan via je eigen bank of via een bedrijf dat zich hierin heeft gespecialiseerd. Je koopt dan rechtstreeks op de beurs een obligatie van een overheid of bedrijf van jouw keuze. Afhankelijk van je broker kun je op verschillende internationale beurzen handelen. Houdt echter rekening met transactiekosten en bewaarloon. Je kunt uiteraard ook overwegen om in aandelen of andere financiële instrumenten te handelen. 

 
  1. Aandelen; naast obligaties kunnen bedrijven ook aandelen uitgeven om geld op te halen om daarmee de activiteiten van het bedrijf te financieren. Het geld (kapitaal) dat de aandeelhouders beschikbaar stellen aan een bedrijf maakt onderdeel uit van het eigen vermogen van dat bedrijf. Voor het beschikbaar stellen van kapitaal ontvangen houders van aandelen dividend. Een beloning, die elk jaar sterk kan wisselen, voor het beschikbaar stellen van vermogen. Aandeelhouders hebben ook stemrecht op de vergadering van aandeelhouders en kunnen daarmee invloed uitoefenen op het beleid van het bedrijf. 

 
  1. Geldmarktinstrumenten; naast obligaties en aandelen zijn financiële producten als de spaarrekening, de deposito, bankkredieten en schatkistcertificaten ook vormen van niet complexe financiële instrumenten. Op de geldmarkt worden deze financiële producten verhandeld om tekorten en overschotten aan liquide middelen met elkaar te ruilen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een eenvoudige storting van een particulier op de spaarrekening. Geldmarktinstrumenten zijn daarmee, hoewel dat niet vaak zo wordt gezien, gewone beleggingsinstrumenten. Waarbij vraag en aanbod naar liquide middelen de prijs (de te betalen rente) bepaalt.

 
  1. Opties, Warrants, Termijncontracten & Swaps; naast de eenvoudige financiële instrumenten zoals het aandeel, een bankkrediet of een obligatie keen we de zogenaamde complexte financiële producten (of derivaten). Derivaten zijn beleggingsproducten die afgeleid zijn van andere (financiële) producten zoals aandelen, obligaties, indices, grondstoffen of valuta's. De belegger speculeert alleen op de prijsontwikkeling van deze producten. Daarom spreken we van een afgeleid financieel instrument.

Deel House of Control via Social Media