Break-Even-Analyse

Investeringsselectie

Investeringen doe je om toekomstige winsten (of andere doelstellingen) veilig te stellen dan wel te vergroten. Zonder investeringen gaat elke organisatie uiteindelijk failliet. Op deze pagina wordt duidelijk welke methoden er zijn om de juiste investering te selecteren. Waarbij op deze pagina uitgebreid wordt ingegaan op de Break-Even-Analyse. 

 

1   Investeringsanalyse

2   Break-Even-Analyse

a   Formule
b   Voorbeeld 

3   Andere Investeringsselectiemethoden

a   Terugverdienperiode
b   Return on Investment (ROI)
c   Netto Contante Waarde Methode (NCW)
d   Interne Rentabiliteit (IR)

4   Belangrijkste factoren Investeringsanalyse

5   Voorbeeld

 

1   Investeringsanalyse

Bij het vraagstuk van de investeringsanalyse staat de kosten-batenanalyse van een investering centraal. Een investeringsanalyse geeft antwoord op de vraag of de investering bijdraagt aan de winstgevendheid en/of realisatie van de doelstellingen van je organisatie. 

 
  • Winst / Rendement; het verdiende geld op een investering wordt ook wel winst of rendement genoemd. Winst is een absoluut getal en zegt niet zoveel. Is een winst van € 1.000 veel of weinig? Dat kun je niet zeggen. Dat hangt namelijk af van wat het geïnvesteerd vermogen is geweest. Een winst van € 1.000 op een investering van € 2.000 is zeer goed. Een rendement van 50% (winst / geïnvesteerd vermogen). Een winst van € 1.000 op een investering van € 50.000 is niet goed. Het rendement is 2%. Je kunt je geld beter op de bank zetten. De conclusie is dan ook dat winst altijd in relatie moet worden gebracht met het geïnvesteerd vermogen om de winstgevendheid van een investering te bepalen.
 
  • Cash is King; 'de winst' van een organisatie kan relatief makkelijk gemanipuleerd worden. Vandaar dat investeerders bij een investeringsanalyse liever uitgaan van de kasstromen die de investering genereert (in plaats van de winst). Men spreekt in de bedrijfseconomische literatuur niet voor niets van 'Cash is King'. Voor de eenvoud wordt op deze website ervan uitgegaan dat de kasstroom (cashflow) gelijk is aan de winst plus de afschrijvingen. Op de pagina Kasstroomoverzicht wordt dieper op het begrip 'kasstromen' ingegaan.
 
  • Restwaarde; tenslotte is het bij een vervangingsinvestering nodig om (indien van toepassing) de restwaarde van het vervangende productiemiddel bij de investeringsanalyse te betrekken. Als je een machinepark wil vervangen dan hebben de oude machines veelal nog waarde. Deze waarde moet uiteraard op de investering in mindering worden gebracht wil je de winstgevendheid van de investering bepalen.  

 

2   Wat is de Break-Even-Analyse?

De break-even-analyse is een instrument om te beslissen of een bedrijf een product moet gaan produceren en verkopen of niet? Het break-even point, ook wel 'dood punt' of 'kritisch punt ' genoemd, is de afzet (of omzet) waarbij de totale opbrengsten gelijk is aan de totale kosten. Bij de berekende kritische afzet speelt de organisatie quitte. Een afzet lager dan het break-even punt leidt tot verlies. Een afzet of omzet boven het break-even punt levert winst op. De investering in het nieuwe product verdient zich in dat geval terug. 

 

2a   Formule Break-Even-Point

Het break-even-point is dus het punt waarop de totale opbrengsten gelijk zijn aan de totale kosten. Omdat de variabele kosten per definitie vergoed worden (ze zijn immers variabel.....) wordt het Break-even point dus bepaald door het moment dat de constante kosten zijn terug verdiend. En de constante kosten worden terug verdiend door de zogenaamde dekkingsbijdrage (verkoopprijs - variabele kosten). Dus als je de constante kosten deelt door het verschil tussen de verkoopprijs en de variabele kosten heb je het Break-even point. Dan zijn zowel de variabele- als de constante kosten terugverdiend. Het Break-even-point is be(re)kend. Als de verwachte verkoop lager ligt dan het 'kritisch punt' dan is de investering verliesgevend. En wordt normaliter afgezien van de investering.

 

2b   Voorbeeld Break-Even-Point

De Computerwinkel wil de winkel verderop in de stad, Computercity, overnemen. Om al dan niet de andere winkel over te nemen voert De Computerwinkel een investeringsanalyse uit. Naast andere methoden zoals het berekenen van de netto contante waarde van de investering en de terugverdienperiode wil De Computerwinkel ook het Break-Even-Point vaststellen om te bepalen of de overname verstandig is of niet. De Computerwinkel beschikt over de volgende gegevens van Computercity
 
  • De verwachte verkoopprijs is € 1.000.
  • De omzet van Computercity bedraagt € 400.000.
  • De interestkosten bedragen € 60.000. De overige constante kosten bedragen € 150.000.
  • De inkoopprijs per computer bedraagt € 400 per computer.
 
Vullen we de formule voor het berekenen van het Break-Even-Point in dan ontstaat het volgende beeld:
 
 
Dus bij een verkoop van 350 computers zijn de opbrengsten en kosten van de computerwinkel aan elkaar gelijk. Grafisch is dat hieronder weergegeven. Bij een afzet van 350 computers zie je dat de opbrengstenlijn de totale kostenlijn (contante + variabele kosten) snijdt.  
 
 

Aanvullende Berekeningen

Op basis van de formule van het Break-Even-Point kun je ook makkelijk aanvullende berekeningen maken die inzicht verschaffen in de winstgevendheid van de investering (aankoop van Computercity):
 
  • Winstmarge; De Computerwinkel wil natuurlijk niet alleen quitte spelen maar ook winst maken. Stel dat de Computerwinkel een winstmarge van 10% wil realiseren. Dus een winst van 10% van de omzet is € 40.000. In dat geval wordt dit bedrag bij de constante kosten opgeteld. Het kritisch punt, waarbij een winst wordt gerealiseerd van € 40.000, is dan (€ 210.000 + 40.000) / (€ 1.000 - € 400) = € 250.000 / € 600 = 416 computers.
  • Marginale winst per product; bij elk product dat extra wordt verkocht wordt een extra winst gemaakt van (€ 1.000 - € 400) = € 600 per computer. Immers de constante kosten zijn op dat moment al ‘gedekt’. De Computerwinkel gaat echter uit van een verkoop van 500 computers en denkt dus een winst te maken van 150 * de dekkingsbijdrage is dus 150 * € 600 = 90.000.
 
Op basis van het 'kritisch punt' kan De Computerwinkel bepalen of de investering in Computercity aan te bevelen is of niet. Als De Computerwinkel denkt maximaal 300 computers te kunnen afzetten met Computercity dan moeten ze deze investering zeker niet doen. Maar bij een verwachte verkoop van 500 computers bedraagt de winst € 90.000 en is de investering winstgevend.

 

3   Andere Investeringsselectie Methoden

Met de Break-Even-Analyse stel je dus vast hoeveel je van een product minimaal moet gaan produceren (en verkopen) om je investeringen terug te verdienen. Deze methode wordt daarom veel door investeerders gebruikt om de aantrekkelijkheid van een investering vast te stellen. Voor een goede investeringsanalyse moet de Break-Even-Analysemethodiek wel in combinatie met andere investeringsselectie methoden uitgevoerd worden. Omdat deze methoden weer andere informatie verschaffen die van invloed kan zijn op de investeringsbeslissing.

 
  1. Terugverdienperiode; aan de hand van een rekenvoorbeeld wordt op deze pagina duidelijk dat de 'terugverdienperiode' een eenvoudige maar beperkte methode is om vast te stellen of een investering al dan niet interessant is. Hoe langer de terugverdienperiode hoe groter het risico of de veronderstelde kasstromen daadwerkelijk worden gerealiseerd.

 
  1. Return on Investment (ROI); berekent net zoals de Interne Rentabiliteit methode het rendement op de investering. Zij het dat bij de berekening van de ROI geen rekening wordt gehouden met de tijdsvoorkeur van geld. Met andere woorden bij de ROI-methode worden de kasstromen niet contant gemaakt. Waardoor de ROI-methode snel tot verkeerde besluiten kan leiden. voordeel is echter de eenvoud en snelheid waarmee je het rendement kan berekenen. 

 
  1. Netto Contante Waarde Methode (NCW); op deze pagina wordt duidelijk waarom investeerders ook graag de NCW-methode gebruiken. De methode houdt rekening met de tijdsvoorkeur van geld. Met behulp van een rekenvoorbeeld wordt duidelijk wat de invloed van kasstromen en de disconteringsvoet is op de winstgevendheid van een investering.

 
  1. Interne Rentabiliteit (IR); deze methode is een variant op de NCW-methode want deze methodiek houdt ook rekening met de tijdsvoorkeur van investeerders. Zij het dat bij de NCW-methode de netto contante waarde van de investering wordt berekend bij een gegeven disconteringsvoet. Terwijl bij de Interne Rentabiliteit methode de netto contante waarde van de investering op 0 wordt gezet. Zodat je de disconteringsvoet c.q. rentabiliteit van de investering kunt berekenen.
 

 

4   Belangrijkste factoren Investeringsanalyse

Hoewel de ene investeringsselectiemethode meer inzicht geeft in de winstgevendheid van de investering dan de andere is er niet één methode die direct uitsluitsel geeft. De uitkomsten van de verschillende methoden moeten dan ook in samenhang beoordeeld worden om tot een juiste keuze te komen. Al blijkt in de praktijk dat investeerders vooral gebruik maken van NCW-methode en de methode van de Interne Rentabiliteit. Op basis van de verschillende methoden kun je in ieder geval afleiden dat de volgende factoren bepalend zijn bij een investeringsanalyse:

 
  • Kasstromen; bij investeringsselectie wordt altijd uitgegaan van het saldo van inkomsten en uitgaven, de zogenaamde kasstromen. Investeerders gaan in de berekeningen uit van kasstromen en niet van de netto winst omdat opbrengsten en kosten makkelijker beïnvloedbaar zijn. Op de pagina Kasstromen wordt het verschil tussen inkomsten & uitgaven en opbrengsten & kosten verder toegelicht.
 
  • Investering & Restwaarde; bij de investeringsselectie worden alle uitgaven bij aanvang en gedurende het project bij de analyse betrokken. Dit geldt ook voor de inkomsten die uit de investering voortvloeien en een eventuele restwaarde die de investering met zich meebrengt.
 
  • Tijdsvoorkeur; een bedrag van € 1.000 nu is meer waard dan € 1.000 over tien jaar. Immers als je de € 1.000 van nu  op de bank zet tegen 3% dan is dat bedrag van nu over 10 jaar gelijk aan € 1.344. Dat is de reden dat bij investeringsselectie kasstromen altijd contant worden gemaakt. Wat wil zeggen dat toekomstige kasstromen worden gewaardeerd tegen de geldwaarde van nu. Alleen dan kun je een juiste afweging maken tussen inkomsten en uitgaven die voortvloeien uit de investering.
 
  • Terugverdienperiode; is ook een belangrijke variabele omdat kasstromen in de tijd steeds onzekerder worden. Immers de omgeving verandert continu. Naarmate de periode waarover de investering moet worden terugverdiend langer wordt, hoe groter de kans dat de kasstromen vanwege deze veranderingen zullen afwijken van de kasstromen die nu bij de investeringsselectie worden gehanteerd. 
 
  • Hoogte disconteringsvoet; zoals uit het rekenvoorbeeld blijkt heeft de hoogte van de disconteringsvoet grote invloed op de hoogte van de contante waarde van de kasstromen. Het is dus belangrijk om vast te stellen welke disconteringsvoet je wil hanteren. Gebruik je de marktrente plus een risico-opslag, de rentabiliteit van het eigen vermogen of de rentabiliteit van het totale vermogen? Afhankelijk van het doel bepaal je de hoogte van de disconteringsvoet.
 
  • Absoluut bedrag of percentage?; soms spreekt een absoluut bedrag meer tot de verbeelding. Maar vaak kiezen investeerders ervoor om de kasstromen uit te drukken in een percentage van het geïnvesteerd vermogen. Om zo te kijken of de investering bijdraagt aan de rentabiliteit van bijvoorbeeld de eigen vermogen verschaffers. Dat is de reden dat de methode van de Interne Rentabiliteit voor investeerders de voorkeur heeft boven de NCW-methode.
 
  • Risicoprofiel; tenslotte is het risicoprofiel van de investering een belangrijke variabele. Immers de met de investering gepaarde risico's bepalen hoeveel rendement de investeerders eisen. Is het risicoprofiel van de investering hoger dan de andere activiteiten binnen de organisatie dan zal de disconteringsvoet hoger moeten zijn dan de rentabiliteit op het eigen vermogen. Immers de investering verandert het risicoprofiel van de gehele organisatie. 

 

5   Voorbeeld Investeringsanalyse

De Computerwinkel is financieel gezond en behoorlijk winstgevend. De Computerwinkel wil dan ook uitbreiden. Onverwachts doet zich een mogelijkheid voor om door een overname sneller te groeien. Een computerwinkel in een ander deel van de stad, onder de naam Computercity, dreigt failliet te gaan en wordt te koop aangeboden voor € 200.000. De Computerwinkel overweegt Computercity over te nemen en gaat een investeringsanalyse uitvoeren. Hiertoe vraagt zij de winst- & verliesrekening en de balans op bij Computercity om zo een aantal berekeningen uit te voeren.

 

 
 

De opgevraagde balans van Computercity ziet er als volgt uit:

 
 

 

Nu is de vraag of De Computerwinkel Computercity moet overnemen of niet. Hiertoe voert de controller van De Computerwinkel een aantal analyses uit die een indruk geven over de winstgevendheid van de mogelijke overname. Bij deze analyses vormt de cashflow (kasstroom) een centraal element omdat in de analyses de kasstroom wordt afgezet tegen het geïnvesteerd vermogen die gedaan moet worden in Computercity. Op de pagina Kasstroom/Cashflow wordt toegelicht waarom investeerders daarbij liever uitgaan van een kasstroom dan van de netto winst. 

 
  1. Jaarlijkse Kasstroom/Cashflow; uit de winst- & verliesrekening blijkt dat Computercity jaarlijks een netto verlies maakt van € 60.000. Tellen we daar de afschrijvingen bij op en de mutaties in het netto werkkapitaal (in dit voorbeeld gelijk aan € 0) dan ontstaat er een negatieve kasstroom van € 10.000. Dit betekent dat er elk jaar € 10.000 meer uitgaven worden gedaan dan dat er aan inkomsten binnen komt. Maar de controller ziet mogelijkheden. Door de computers bij de eigen leverancier in te kopen (besparing van € 25.000) en een taakstelling door te voeren (€ 15.000) wordt de negatieve kasstroom van € 10.000 een positieve kasstroom van € 30.000. Deze jaarlijkse kasstroom van € 30.000 staat in de verdere investeringsanalyse centraal.
 
  1. Terugverdienperiode; de terugverdienperiode is een methode om te bepalen in welke tijdsduur de investeringsuitgaven zijn terugverdiend. Een investering wordt minder interessant naarmate de terugverdienperiode langer is. De risico's van investeringen worden namelijk met de duur van de investering groter. De terugverdienperiode van dit voorbeeld is dus bijna 7 jaar. Dat wil zeggen dat de totale investering van € 200.000 binnen zeven jaar is terugverdiend. Afhankelijk van het soort investering dat u doet kunt u bepalen of de terugverdientijd te lang is (en daarmee te risicovol) of niet. De terugverdienperiode is een eenvoudige en snelle methode om een indicatie te krijgen of een investering al dan niet interessant is. De methode houdt echter geen rekening met (1) het risicoprofiel van de investering, (2) de kasstromen die na de terugverdienperiode nog binnenkomen en (3) de tijdsvoorkeur van deze kasstromen.
 
  1. Return on Investment (ROI); de Engelse term Return on Investment betekent letterlijk 'rendement op de investering'. Het rendement c.q. winstpercentage van een investering kan je berekenen door de specifieke opbrengst van een project te delen door de investering die daarvoor gedaan moet worden. Bij de ROI-methode wordt dus wel (i.t.t. de Terugverdienmethode) rekening gehouden met alle kasstromen die uit de investering voortvloeien. Het rendement bij een kasstroom van € 30.000 voor 8 jaar bedraagt 20% is daarmee behoorlijk hoog. Toch wil dit nog niet alles zeggen. De ROI methode houdt namelijk geen rekening met (1) het risicoprofiel van de investering en (2) de tijdsvoorkeur van deze kasstromen.
 
  1. Nette Contante Waarde-methode; investeerders hebben voor investeringsselectie een sterke voorkeur voor de Netto Contante Waarde methode (NCW). Het grote voordeel van de NCW is dat deze methode rekening houdt met tijdsvoorkeur. Geld wordt in de tijd immers minder waard. Bij de NCW-methode worden eerst alle uitgaven en inkomsten (kasstromen) die te maken hebben met de investering gewaardeerd naar het moment dat de investeringsbeslissing wordt genomen. De Netto Contante Waarde van de kasstromen is in het rekenvoorbeeld (bij een disconteringsvoet van 7% en een oneindige kasstroom van € 30.000 per jaar) gelijk aan € 428.000. Vervolgens wordt de contante waarde van de investering berekend door de kosten van de investering op de contant gemaakte kasstromen in mindering te brengen. In dit rekenvoorbeeld is dus sprake van een netto waarde van de investering van € 228.000. Op basis van de NCW-methode zou het advies zijn om de concurrent over te nemen voor € 200.000. Vraag jezelf wel af of je de juiste disconteringsvoet hebt gebruikt. Want was deze bijvoorbeeld 15% geweest (bijvoorbeeld door het geëist rendement van de vermogen verschaffers als disconteringsvoet te gebruiken) dan zou de contante waarde van de kasstromen (30.000/0,15) precies gelijk zijn geweest aan het investeringsbedrag en zou de netto contante waarde van de investering gelijk zijn aan € 0.
 
  1. Interne Rentabiliteit; de interne rentabiliteit-methode lijkt heel erg op de Netto Contante Waarde-methode. Beide methoden houden rekening met de tijdsvoorkeur van geld. Dat wil zeggen dat beide methoden de toekomstige kasstromen die voortvloeien uit de investering contant maken. Ze maken dan ook gebruik van dezelfde formule. Bij de NCW-methode is de disconteringsvoet echter een gegeven waarmee je de kasstromen contant maakt. Bij de methode van de interne rentabiliteit is de disconteringsvoet juist de uitkomst van de formule. De interne rentabiliteit is feitelijk het berekende winstpercentage van de investering zelf (vandaar het begrip 'interne rentabiliteit'). De disconteringsvoet c.q. winstpercentage van de investering wordt berekend door de contante waarde van de investering gelijk aan € 0 te stellen. Dan kun je vervolgens van de formule afleiden dat de CW van de kasstromen gelijk is aan de CW van de investering (= € 200.000).  Als je dan vervolgens de kasstromen afzet tegen deze contante waarde van de kasstromen dan kun je het rendement (interne rentabiliteit) berekenen. De interne rentabiliteit bedraagt 6,67%. Met andere woorden de winstpercentage van de investering bedraagt 6,67%. Of dit nu een hoog of laag rendement is hangt van van de omstandigheden (zie pagina NCW). Wel kun je alvast de interne rentabiliteit vergelijken met het rendement van de eigen vermogen verschaffers. Als deze hoger ligt dan 6,67% dan zullen de eigen vermogen verschaffers waarschijnlijk niet achter de investering staan. Omdat deze investering, hoewel winstgevend, de rentabiliteit over het gehele vermogen laat zakken. Meest opvallende verschil tussen de NCW-methode en de methode van de Interne Rentabiliteit is dat de NCW-methode een uitkomst oplevert wat wordt uitgedrukt in een absoluut getal. Terwijl de Interne Rentabiliteit-methode een winstpercentage oplevert. Deze laatste kun je eenvoudig vergelijken met het minimaal normrendement dat op investeringen gerealiseerd moet worden.
 
  1. Break-Even-analyse; deze investeringsselectie methode wijkt iets af van de bovenstaande methoden. Hier wordt niet de winstgevendheid van de investering berekend maar het break-even point, ook wel 'dood punt' of 'kritisch punt ' genoemd. Het break-even-point is de afzet (of omzet) waarbij de totale opbrengsten gelijk zijn aan de totale kosten. Bij de berekende kritische afzet speelt de organisatie quitte. Een afzet lager dan het break-even punt leidt tot verlies. Een afzet of omzet boven het break-even punt levert winst op. Op basis van het rekenvoorbeeld dat is gebaseerd op de cijfers van de winst- & verliesrekening van Computercity bevindt de kritische afzet zich op 350 computers. Op basis van het 'kritisch punt' kan De Computerwinkel bepalen of de investering in Computercity reëel is. Als De Computerwinkel denkt maximaal 300 computers te kunnen afzetten dan moeten ze deze investering zeker niet doen. Maar bij een verwachte verkoop van 500 computers bedraagt de winst € 90.000 en is de investering winstgevend.
 

Conclusie Voorbeeld Investeringsanalyse

Hoewel de ene investeringsmethode meer inzicht geeft in de winstgevendheid van de investering dan de andere is er niet één methode die direct uitsluitsel geeft. De uitkomsten van de verschillende methoden moeten dan ook in samenhang beoordeeld worden om tot een juiste keuze te komen. Al blijkt in de praktijk dat investeerders vooral gebruik maken van NCW-methode en de methode van de Interne Rentabiliteit.

Deel House of Control via Social Media