Virtualisatie

Normaal is er op een computer slechts één besturingssysteem (Operating System) aanwezig, zoals Microsoft Windows, Linux of Mac. Er bestaan echter verschillende softwareprogramma's waarbinnen een tweede besturingssysteem opgestart kan worden. Het besturingssysteem dat binnen zo'n programma draait kan niet zomaar gebruikmaken van bijvoorbeeld de harde schijf of het toetsenbord, want dat is al in gebruik door het hoofdbesturingssysteem. Maar het programma spiegelt als het ware een denkbeeldige (virtuele) computer voor, met een virtuele harde schijf en een virtueel toetsenbord etc. Voordelen van virtualisatie zijn:
 
  • Isolering van systemen; doordat de verschillende besturingssystemen van elkaar afgeschermd zijn kan bijvoorbeeld onderzoek naar computervirussen gedaan worden, zonder dat de centrale computer (de 'host') wordt geïnfecteerd.
  • Beheer; er kunnen ook kosten bespaard worden, door meerdere besturingssystemen (met bijvoorbeeld elk een webserver) te laten werken op één computer. Doordat de 'guests' van elkaar afgeschermd zijn is het gemakkelijker te beheren en ook dat levert een kostenbesparing op.
  • Efficiënte inzet van rekencapaciteit; door meerdere guest-besturingssystemen te laten werken op één computer, heeft die computer extra geheugen nodig en een snellere processor. In de praktijk blijkt echter dat het goedkoper is om één duurdere computer (vaak een server) te gebruiken met virtualisatie, dan meerdere goedkopere computers zonder virtualisatie.
 

Vormen van virtualisatie

Virtualisatie komt binnen de automatisering in vele vormen voor. Om een goed beeld te krijgen over wat virtualisatie is, is het belangrijk om te weten in welke vormen virtualisatie voor komt. Virtualisatie is onder te verdelen in de volgende categorieën:
 
  • Emulation; dit is software die binnen een Operating System geladen wordt in de vorm van een programma. Dit programma bootst een complete machine na waardoor het mogelijk is om een ongemodificeerd gast-OS te starten. Dit OS zal virtueel draaien op een ander hardware platform.
  • Native Virtualization; bij native virtualization wordt net als bij emulatie een stuk software geladen om een complete machine na te bootsen of te emuleren. Het verschil met emulatie is echter dat bij native virtualisatie de na te bootsen machine of `virtual machine` hetzelfde soort hardware gebruikt als het onderliggende systeem.
  • Full Virtualization; hierbij worden meerdere virtuele machines (guests) naast elkaar gezet op een set hardware. Dit gebeurt door tussen de hardware en de virtuele machine een softwarematige laag te plaatsen die voor de afhandeling van aanvragen aan de hardware zorgt. Hierdoor is het mogelijk om hardware resources efficiënter te benutten dan bij gewone emulatie.
  • Hardware enabled Virtualization; in dit geval wordt de software die de hardware verdeelt tussen de verschillende virtual machines in de hardware zelf geïmplementeerd. Voordeel hiervan is dat virtualisatie nog dieper in het systeem is geïntegreerd en dat het managen van de hardware resources nog minder systeemcapaciteit kost.
  • Application Virtualization; bij application virtualization draaien applicaties lokaal op een desktop, gebruikmakend van lokale systeem resources, zonder dat de applicatie op de machine is geïnstalleerd, binnen een aangepaste VM. Door applicaties virtueel aan te bieden is het mogelijk om applicaties met conflicterende eisen toch op een desktop samen te laten werken.
 

Deel House of Control via Social Media