Treasuryfunctie

Wat is Treasury?

Treasury vervult de kassiersfunctie van een organisatie. Op basis van de inkomsten en uitgaven die zijn gedaan en die er binnenkort aan komen stelt de treasurer dagelijks een liquiditeitsprognose op. Op basis van de liquiditeitsprognose trekt de treasurer geld aan of zet deze uit in de markt. Zowel op de korte als op de lange termijn. De treasuryfunctie kent de volgende functies:
 
  1. Kasbeheer; beheer van de dagelijkse geldstromen zodanig dat rekeningen betaald kunnen worden en het rendement op de beschikbare liquiditeiten geoptimaliseerd wordt. 
  2. Risicobeheer; beheersen van financiële risico's zoals renterisico's, liquiditeit- en solvabiliteitsrisico's en kredietrisico's.
  3. Financieringsfunctie; verzekeren van duurzame toegang tot de financiële markten en het minimaliseren van de rentekosten van de leningen.
 

1   Kasbeheer

Het kasbeheer is een deelfunctie van treasury en omvat het beheer van de geldstromen en daaruit voortvloeiende saldi en het beheer van liquiditeitsposities tot één jaar.

  • Geldstromenbeheer; omvat al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer).
  • Saldobeheer; omvat het beheer van de dagelijkse saldi (bijvoorbeeld het onderhouden van de rekeningeninfrastructuur).
  • Liquiditeitenbeheer; is het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar.
 

2   Risicobeheer

Het risicobeheer is een deelfunctie van treasury en omvat alle activiteiten die zich richten op het beheersen van financiële risico's, te weten renterisico's, kredietrisico's, koersrisico's, interne liquiditeitsrisico's en valutarisico's:
 
  • Renterisicobeheer; is het beheersen van de risico's die voortvloeien uit de mogelijkheid, dat in de toekomst de rentelasten van het vreemd vermogen hoger (respectievelijk dat de renteopbrengsten van activa lager) zullen zijn dan een bestuurlijk wenselijk geacht niveau, c.q. het in de meerjarenraming en begroting geraamde niveau.
  • Kredietrisicobeheer (of debiteurenrisicobeheer); is het beheersen van de risico's die voortvloeien uit de mogelijkheid op een waardedaling van de vorderingenpositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit.
  • Koersrisicobeheer; is het beheersen van de risico's die voortvloeien uit de mogelijkheid, dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen.
  • Intern liquiditeitsrisicobeheer; is het beheersen van de risico's van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor als gevolg daarvan de financieringskosten hoger kunnen uitvallen.
  • Valutarisicobeheer; is het beheersen van risico's die voortvloeien uit de mogelijkheid dat op een bepaald moment de waarde van de vreemde valutastromen, uitgedrukt in eigen valuta, afwijkt van hetgeen werd verwacht op het beslissingsmoment. 
 
Op de pagina Treasury & Financiële instrumenten worden instrumenten besproken zoals Swaps, Forward Longterm Agreement, Opties en Futures waarmee deze risico's afgedekt kunnen worden. 
 

3   Financieringsfunctie

Financiering is een deelfunctie van treasury en omvat het aantrekken van het benodigde eigen- en vreemd vermogen, zet langlopende overtollige liquide middelen uit op de markt en draagt zorg voor goede relaties met marktpartijen. 
 
  • Financiering; omvat het aantrekken van de benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen.
  • Langlopende uitzettingen; hebben betrekking op het intern en extern uitzetten van financiële middelen voor een periode van één jaar of langer.
  • Relatiebeheer; omvat het onderhouden van de relaties met financiële instellingen.
 

Fraude en Onkunde

De treasuryfunctie staat al een aantal jaren in de belangstelling. Dit omdat er steeds meer nieuwe financieringsinstrumenten geïntroduceerd worden die steeds complexer worden. Voor de bestuurders wordt het steeds lastiger om in te schatten hoe risicovol de activiteiten zijn die de treasurer uitvoert. Met alle risico's en schandalen van dien. Op de pagina Kredietcrisis wordt duidelijk hoe deze complexe financiële instrumenten hebben geleid tot de kredietcrisis. Om de risico's die de treasuryfunctie met zich meeneemt te beperken zijn treasury activiteiten met veel regelgeving, richtlijnen en limieten omgeven. 
 

Treasury richtlijnen en limieten

In het treasurystatuut worden de algemene doelstellingen van de treasury vertaald in concrete kaders. Die weer als uitgangspunt dienen voor het operationele treasurybeheer. Er moet dus altijd iets van een treasurystatuut aanwezig zijn. In het treasurystatuut zijn richtlijnen en statuten opgenomen.

  • Kredietrisico c.q. toegestane tegenpartijen; eisen aan de kredietwaardigheid van de partijen voor het uitzetten van middelen (of het afsluiten van derivaten). Vaak is het zo dat geld alleen mag worden weggezet bij banken met een A-rating en dat er minimale eisen bestaan over de minimale diversificatie van tegenpartijen.
  • Toegestane financiële instrumenten; om risico's met financiële instrumenten te beheersen staat in het treasurystatuut veelal dat (overtollige) liquide middelen niet in aandelen of derivaten belegd mogen worden. Tenzij de derivaten worden gebruikt voor het afdekken van financiële risico's. 
  • Kasgeldlimiet; is het maximum bedrag waarvoor een organisaties kortlopende kredieten mag aantrekken op de geldmarkt. Het kasgeldlimiet zorgt ervoor dat er niet te veel kortlopende leningen worden aangetrokken. Veelal wordt een kasgeldlimiet uitgedrukt in percentage van balanstotaal. Dus bijv. maximaal 8% van balanstotaal aan kortlopende leningen.
  • Maximale omvang van transacties per tegenpartij; dit is ook een vorm van risicospreiding zodat bij faillissement van een tegenpartij het verlies beperkt blijft tot de afgesproken limiet. 
  • Renterisico; zorgt voor een spreiding in vervaldata in langlopende leningen en daarmee een spreiding in de renteherzieningsmomenten. Met als doel het voorkomen van sterke schommelingen in rentekosten van geleend geld. Dit leidt tot een solide financieringswijze.
 
Bij het doorlichten van de Treasuryfunctie komt het erop neer om vast te stellen welke risico beperkende instrumenten de organisatie hanteert om de risico's, die de treasuryfunctie van nature in zich heeft, te beperken. En hoe deze resterende risico's zich verhouden tot de visie van de organisatie en eventuele wet- en regelgeving. 
 

Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO)

Elke (semi) publieke sector kent haar eigen regelgeving rondom treasury activiteiten. Met als doel om de risico's die treasury met zich meeneemt te beperken. Voor decentrale overheden zijn deze regels vastgelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden.
 
  • Voorgeschreven instrumenten; de wet Fido schrijft voor welke instrumenten gemeenten mogen gebruiken (en welke niet) om de financiele risico's die gemeenten lopen bij lenen en beleggen te beperken. Het geeft geldschieters de zekerheid dat gemeenten geen 'gekke dingen' doen, waardoor zij aan gemeenten een lagere rente vragen dan aan minder solide partijen; dat is gunstig voor de gemeentekas. Risicobeheersing is dus ook kostenbesparing.
  • Kasgeldlimiet en de renterisiconorm; de risico's van lenen worden beperkt doordat gemeenten zich moeten houden aan de zogeheten kasgeldlimiet en de renterisiconorm. De limiet zorgt ervoor dat er niet te veel kortlopende leningen worden aangetrokken; de renterisiconorm zorgt voor spreiding in vervaldata van de langlopende leningen en daarmee in de spreiding van de renteherzieningsmomenten.
  • Hoofdsomgarantie; de wet Fido beschouwt beleggen niet als een normale publieke taak, maar als een tijdelijke activiteit omdat er een bepaalde tijd meer geld 'in kas' zit dan voor de gewone bedrijfsvoering nodig is. Beleggen doet de gemeente dan ook niet om zoveel mogelijk rendement te maken, maar om geld dat in een periode niet nodig is op een veilige manier te stallen. Daarom mag de gemeente alleen beleggen in waardepapieren met weinig risico (hoofdsomgarantie). Dus - bijvoorbeeld - niet in buitenlandse valuta of in aandelen. Maar wel in obligaties waarvan het zeker is dat het bedrag op afgesproken moment volledig wordt terugbetaald. 
 
De beleggingen van overtollige liquide middelen die onder de Fido-regels vallen, moeten worden onderscheiden van de gewone uitzettingen die in het kader van de publieke taak kunnen plaatsvinden, zoals kapitaalverstrekkingen, leningen (garanties), aandelenbezit en participaties (deelnemingen / PPS).

Deel House of Control via Social Media