Soorten kosten

Wat zijn kosten?

Kosten wordt gedefinieerd als de geldwaarde van het verbruik van arbeidsuren en materiaal die nodig zijn om een product te produceren dan wel een dienst te verlenen. Als u zich wilt verdiepen in kostprijsberekeningen, investeringsanalyses of externe verslaggeving dan is het noodzakelijk om het begrip 'kosten' beter te duiden. Hieronder is een opsomming gegeven van aan kosten gerelateerde begrippen:

 
  • Kostensoort; is het type kosten, zoals salariskosten, afschrijvingskosten en representatiekosten, die grote gelijkenis hebben en als dusdanig onder één noemer worden gebracht. Zo valt onder de kostensoort salariskosten veelal het loon, de pensioenlasten en de vakantie-uitkering van de medewerkers.
  • Kostencategorie; een verzameling van gelijksoortige kostensoorten. Veelal worden kostensoorten in de boekhouding ‘opgerold’ tot een kostencategorie. Personeelskosten is een bekende en veel gebruikte kostencategorie. Onder de categorie personeelskosten valt veelal naast de kostensoort salariskosten ook de kostensoorten opleiding, vervoer en gratificaties.
  • Kostenplaats; is een in de boekhouding afgebakende eenheid binnen een bedrijf, waaraan kosten (en opbrengsten) kunnen worden toegerekend. Kosten die verzameld zijn per kostenplaats kunnen vervolgens via een kostenverdeelstaat doorbelast worden naar andere kostenplaatsen (afdelingen) of kostendragers (producten). 
  • Kostendragers; een kostendrager is in de kostprijsberekening een product of afdeling waar kosten uiteindelijk terechtkomen. Veelal worden kosten vanuit de kostenplaatsen toegerekend aan kostendragers. Nu kan de kostprijs worden berekend. Immers naast de variabele kosten (die rechtstreeks op de kostendrager worden geboekt), zijn nu ook de indirecte kosten via de kostenplaten aan de kostendragers toegekend.
  • Historische kosten; het begrip historische kosten wordt veelal geplaatst in de context van de boekhouding en externe verslaggeving. De balanswaarde van vaste en vlottende activa worden bepaald op basis van de bedragen die in het verleden voor die activa zijn betaald. Omdat het een bedrag gemeten in euro is, is het zuiverder om in plaats van over historische kosten te spreken over de historische uitgaven of de historische waarde.
  • Actuele kosten; zijn kosten waarmee bedrijfseconomische analyses worden uitgevoerd. Om bijvoorbeeld een investeringsanalyse uit te voeren is het niet handig om prijzen uit het verleden te hanteren. Daarom wordt bij bedrijfseconomische analyses gebruik gemaakt van actuele prijzen en schattingen van prijzen in de toekomst.
  • Marginale kosten (grenskosten); zijn de kosten die het maken van één extra product met zich brengt. Als de ‘normale’ productie inmiddels is gerealiseerd dan zijn de marginale kosten gelijk aan de variabele kosten per product. Immers de constante kosten zijn al ‘gedekt’ uit de normale productie. De winst is maximaal als de marginale opbrengst gelijk is aan de marginale kosten. Dit wordt het punt van Cournot genoemd, wat het referentiepunt is voor de optimale afzet. Na dit Cournot-optimum-punt zouden de marginale kosten namelijk hoger zijn dan de marginale opbrengst en wordt er verlies gemaakt.

 

Directe, Indirecte, Variabele en Constante kosten

De kostprijs van een product zijn de totale kosten die gemaakt worden voor het produceren of leveren van het product. Waarbij de directe of variabele kosten rechtstreeks aan een product worden toegekend. Voor de indirecte kosten moet een verdeelsleutel gebruikt worden om kosten aan de producten toe te kennen.
 
  • Directe kosten; zijn kosten zoals voor materiaal, grondstoffen en uren van direct personeel dat vrij eenvoudig (direct) is toe te wijzen aan een product of dienst. Bijvoorbeeld het loon van de zorgmedewerker die zorg verleent aan een cliënt.
  • Indirecte kosten; zijn kostensoorten die niet direct kunnen worden toegerekend aan een product of dienst van een bedrijf. Denk daarbij aan de kosten voor de huur, telefoonkosten, de kosten van het secretariaat, etc..  Indirecte kosten, ook wel algemene kosten genoemd, worden meestal via een bepaalde verdeelsleutel toegerekend c.q. verbijzonderd aan het product of de dienst. Zo worden de kosten van het management veelal doorberekend op basis van % omzet.
  • Variabele kosten; zijn kosten die veranderen door een toename of afname in de productieomvang. Indien een zorginstelling werkt met flexibele inhuurkrachten zijn de loonkosten variabel. Indien zij alleen beschikt over vast personeel dan zijn de personeelskosten een constante factor. Op lange termijn zijn bijna alle kosten variabel immers het management kan altijd over een periode van 3 tot 5 jaar beslissen om bepaalde capaciteit te verkleinen of te vergroten.
  • Vaste of constante kosten; zijn kosten die niet veranderen door een toename of afname in de productieomvang. Een voorbeeld van constante kosten zijn de huurlasten van een gebouw. Of in een gebouw nu 100 of 200 boten worden gebouwd dat maakt voor de huurlasten niet uit. Die blijven hetzelfde. Zij het dat de huurlasten wel binnen een bepaalde bandbreedte hetzelfde blijven. Stel dat er 500 boten gebouwd gaan worden dan zal er extra ruimte gehuurd moeten worden en zullen de huurlasten stijgen.
 
De begrippen constante kosten en indirecte kosten worden in de praktijk nogal eens door elkaar gebruikt. Vaak zijn ze synoniem. De kosten van het management zijn zowel indirect (niet direct aan één product toe te wijzen) als constant (kosten veranderen niet als productie iets daalt of stijgt). Echter als kosten indirect zijn wil dat niet zeggen dat ze per definitie ook constant zijn. Stel dat er één grondstof wordt gebruikt in meerdere producten. Er is sprake van indirecte kosten. Waarbij de kosten via een methode aan de verschillende producten moet worden toegerekend. Het zijn géén constante kosten omdat de kosten wel degelijk afhankelijk zijn van de grote van de productie.

Deel House of Control via Social Media