Netto Contante Waarde Methode (NCW)

Wat is de NCW-methode?

Investeerders hebben voor investeringsselectie een sterke voorkeur voor de Netto Contante Waarde methode (NCW). Het grote voordeel van de NCW-methode is dat deze methode rekening houdt met tijdsvoorkeur. Geld wordt in de tijd immers minder waard. Bij de NCW-methode worden alle uitgaven en winsten die te maken hebben met de investering gewaardeerd naar het moment dat de investeringsbeslissing wordt genomen. Waarna de kosten van de investering op de contant gemaakte cashflows in mindering worden gebracht. De Netto Contante Waarde Methode kent dus drie stappen:
 

Stap 1   Kasstromen contant maken

Kasstromen worden contant gemaakt door de kasstromen te delen door de rentevoet c.q. disconteringsvoet. Je berekent dan hoeveel de toekomstige kasstromen (winsten) nu waard zijn. Hoe verder een kasstroom in de tijd ligt hoe minder deze kasstroom op dit moment waard is. Hiervoor wordt de volgende formule gebruikt.
 
 

Uit de formule blijkt direct dat een kasstroom in het eerste jaar (jaar t) meer waard is dan een kasstroom in het derde jaar 3 (t=3). Stel dat de jaarlijkse kasstroom die voortvloeit uit de investering gelijk is aan € 10.000.

 

  • Kasstroom jaar 1; dan is de contante waarde van de kasstroom in het eerste jaar na de investering bij een rentepercentage van 8% waard € 10.000/1+0,08) =  € 9.259.
  • Kasstroom jaar 3; de contante waarde van de kasstroom na drie jaar is daarentegen aanzienlijk lager is, namelijk € 10.000/ (1,08 * 1.08 * 1.08) =  € 7.942.
  • Kasstroom 30 jaar; de contante waarde van de kasstroom over 30 jaar is gelijk aan € 1.000. Hier zie je dus het belang van de tijdsvoorkeur. En daarmee de reden dat investeerders een voorkeur hebben voor de NCW-methode.
 
Als de kasstromen die uit de investering voortvloeien oneindig zijn dan kun je van bovenstaande formule de volgende eenvoudige formule afleiden. Dit is veelal de formule waarna gevraagd wordt in rekenvoorbeelden. Het gaat om de volgende formule: 
 
 
De contante waarde van de investering is nu heel eenvoudig te berekenen. Bij een jaarlijkse kasstroom van € 10.000 en bij een disconteringsvoet van 8% is de contante waarde van de kasstromen gelijk aan € 10.000/0,08 = € 125.000. Gebruik je een disconteringsvoet van 4% dan is de contante waarde gelijk aan € 250.000. 
 

Stap 2   Rentevoet / Disconteringsvoet bepalen

Uit de formule voor het contant maken van kasstromen blijkt ook meteen het belang van de rentevoet c.q. disconteringsvoet die wordt gehanteerd. Bij investeringen met kasstromen die ver in de toekomst liggen kan een iets lagere of hogere disconteringsvoet tot een groot verschil in de contante waarde van de kasstromen leiden. Daarom enkele aandachtspunten bij de keuze voor de disconteringsvoet:
 
  • Onzekerheid; naarmate de kasstromen verder in de toekomst liggen wordt de onzekerheid over deze kasstromen groter. Immers hoe verder de kasstroom ligt van het aanvankelijke tijdstip van de investering hoe groter de kans dat er zich ontwikkelingen voordoen die van invloed zijn op die kasstroom. Dit pleit ervoor om bij investeringen met kasstromen die ver in de toekomst liggen een hogere disconteringsvoet te hanteren.
  • Gemiddelde vermogenskostenvoet; een sterk argument om de gemiddelde vermogensvoet als disconteringsvoet te gebruiken is dat je direct ziet of de investering net zo rendabel is als de andere activiteiten van de organisatie. Immers als de netto contante waarde van de investering (zie stap 3) positief is (> 0) dan weet je dat de gemiddelde rentabiliteit van de organisatie in ieder geval gelijk blijft. 
  • Rentabiliteit van het Eigen Vermogen; als voor de disconteringsvoet de Rentabiliteit van het eigen vermogen wordt gebruikt dan wordt meteen duidelijk of de investering waarde toevoegt voor de eigen vermogen verschaffers. Immers als de netto contante waarde dan negatief is. Dan kan de investering op zichzelf wel winstgevend zijn (bijvoorbeeld bij disconteringsvoet op basis van marktrente) maar wordt de rentabiliteit op het hele eigen vermogen lager. De verschaffers van het eigen vermogen zullen niet blij zijn met de investering. 
  • Risicoprofiel; Op de pagina Financiering & Financieringsstructuur wordt duidelijk dat het risicoprofiel van de investering de disconteringsvoet bepaalt. Bij een investering met een hoog risicoprofiel zal ook een hoog rendement geëist worden. Dus een hoge disconteringsvoet. Uitdaging is wel om het exacte risicoprofiel te bepalen en deze te vertalen in een rendementseis. 
  • Marktrente; soms wordt de marktrente op de kapitaalmarkt (al dan niet met een opslag) als disconteringsvoet gebruikt. Als je de marktrente gebruikt is er echter geen relatie met het risicoprofiel van de investering en kijk je niet naar de rendementseisen die de (eigen) vermogen verschaffers stellen. 
 
Het moge duidelijk zijn dat je afhankelijk van het doel je een specifieke disconteringsvoet moet gebruiken. Als je wilt bepalen of de investering positief bijdraagt aan de rentabiliteit van de eigen vermogen verschaffers dan kies je voor de rentabiliteit van het eigen vermogen als disconteringsvoet. Wil je de investering afzonderlijk beschouwen dan ligt het meer voor de hand een disconteringsvoet te hanteren die past bij het risicoprofiel van de investering.
 

Stap 3   Berekenen van de NCW van de investering

Stap drie is de meest eenvoudige. Je brengt de investeringen die gedaan moet worden op de contante waarde van de kasstromen in mindering. Je hebt dan de contante waarde van de investering berekend! Hiervoor wordt de volgende formule gebruikt:
 
 
Overigens is het goed mogelijk dat de investering niet eenmalig plaatsvindt maar is verdeeld over de jaren. En vaak is er ook sprake van een restwaarde van de investering. In dat geval moeten niet alleen de kasstromen maar ook de investeringen en een eventuele restwaarde contant gemaakt worden.
 

Voorbeeld Netto Contante Waarde Methode

Op de pagina Voorbeeld Investeringsanalyse is een uitgewerkte casus opgenomen van een investeringsanalyse. Waarbij naast de NCW-methode ook andere investeringsselectie methoden worden behandeld en in relatie tot elkaar worden uitgewerkt. Daarom wordt hier volstaan met een eenvoudig voorbeeld. Stel het is mogelijk om een concurrent over te nemen. De investering bedraagt € 200.000. Daar staat een oneindige kasstroom van € 30.000 per jaar tegen over. Wat is de netto contante waarde van de investering als de disconteringsvoet 7% bedraagt? 
 
 
Nu we de netto contante waarde weten van de kasstromen, de disconteringsvoet een gegeven is (7%) kunnen we de netto contante waarde van de investering berekenen. Deze is nu gelijk aan € 228.000.
 
 
Op basis van de NCW-methode zou het advies zijn om de concurrent over te nemen voor € 200.000. Vraag jezelf wel af of je de juiste disconteringsvoet hebt gebruikt. Want was deze bijvoorbeeld 15% geweest (bijvoorbeeld door het geëist rendement van de vermogen verschaffers als disconteringsvoet te gebruiken) dan zou de contante waarde van de kasstromen (30.000/0,15) precies gelijk zijn geweest aan het investeringsbedrag.

Deel House of Control via Social Media