Kostprijsberekening & Kostprijsformule

De kostprijs van een product of dienst bestaat uit de totale kosten die gemaakt worden voor het produceren of leveren van het product of de dienst. Een kostprijs kan op twee manieren bepaald worden. De markt bepaalt de prijs (target costing) of de kostprijs is een optelsom van de kosten die je aan een product of dienst kan toerekenen (traditionele kostprijsberekening).
 

Target costing

Dit is een methode om te bepalen wat de kostprijs van een product zou mogen zijn, op basis van de geschatte verkoopprijs en de gewenste winst. Is de target kostprijs bepaald dan kan deze worden vergeleken met de geschatte kostprijs en kunnen er verklaringen worden gezocht als er verschillen naar boven komen.
 
  • Prijsvechters; target costing is een methodiek die veelal wordt gebruikt door zogenaamde prijsvechters. Eerst de prijs bepalen en dan kijken hoe je het proces zo kunt inrichten dat de target kostprijs gerealiseerd wordt. Zo heeft Japan in de jaren '80 van de vorige eeuw met target costing een stevige positie op de wereldmarkt verovert. IKEA is een meer recent voorbeeld van een onderneming die de markt met target-costing heeft veroverd.
  • Paradigma wisseling; target costing vergt een fundamenteel andere denk- en handelwijze dan de traditionele kostprijsberekening. Het zijn niet de bestaande kosten en kostenstructuur die de kostprijs bepalen maar de markt. Target costing stimuleert innovatief denken omdat de markt je dwingt om van bestaande structuren af te wijken.
 

Traditionele Kostprijsberekening

Bij de traditionele wijze van kostprijsberekening is de kostprijs een optelsom van kosten die direct dan wel indirect aan een product of dienst is toe te rekenen. Binnen het vakgebied Bedrijfseconomie wordt daarvoor een standaard formule gebruikt. De kostprijsformule luidt:
 
Oftewel de kostprijs van een product of dienst is gelijk aan de variabele kosten (grondstoffen plus arbeidsuren) plus een bijdrage voor de dekking van de constante kosten (zoals de kosten van de receptie of de afdeling verkoop).
 
  • Constante kosten; zijn kosten die niet variëren met de omvang van de productie. Of er nu 500 of 800 computers verkocht worden de kosten van de directieauto blijven hetzelfde (constant).
  • Variabele kosten; zijn kosten die variëren met de omvang van de productie. Kosten van staal zullen stijgen als er meer auto's geproduceerd worden.
  • Normale bezetting; de normale bezetting is de normale productie en afzet. Onder de normale bezetting bij productie van een bedrijf verstaan we de gemiddelde benutting van de capaciteit die voor de eerstkomende jaren wordt verwacht, gebaseerd op de geschatte afzet in deze jaren.
  • Werkelijke bezetting; is de productie die daadwerkelijk geproduceerd is.
 

Voorbeeld: Kostprijs in De Computerwinkel

Ook op deze pagina wordt het voorbeeld van De Computerwinkel verder uitgewerkt. Hieronder wordt de integrale kostprijs van een computer berekend. In de begroting van de Computerwinkels zijn de volgende cijfers opgenomen:
 
  1. De normale productie (N) is gelijk aan de te verwachte productie, 400 stuks.
  2. De verwachte verkoopprijs (Pb) is € 1.000.
  3. Eigen vermogensverschaffers (aandeelhouders) eisen een rendement van 9%.
  4. Terwijl de constante kosten (C), de kosten voor afschrijvingen, verzekeringen, verkoopkosten en interestkosten vooraf op € 200.000 zijn vastgesteld.
  5. De inkoopwaarde van de omzet bedraagt € 160.000. Ervan uitgaande dat inkoopprijs van elke computer € 400 bedraagt.
 
 
 
Bij een verwachte verkoopprijs van € 1.000 per computer wordt er een operationele winst begroot van € 100 per computer. Bij normale verkoop van 400 computers bedraagt de (operationele) winst 400 x € 100 = € 40.000. Wat voor inzichten geeft dit nu:
 
  • Winstpercentage; de begrote winst bedraagt € 40.000. Uitgedrukt in een percentage van de te verwachte omzet bedraagt de brutowinst 10% (€ 40.000 / € 400.000).
  • Rentabiliteit Eigen Vermogen (REV); omdat de interestkosten in de constante kosten zijn meegenomen komt de winst van € 40.000 ten goede aan de aandeelhouders. REV is gelijk aan netto winst gedeeld door het Eigen Vermogen. Dat is dus (zie pagina Balans) € 40.000 / 270.000 is 14,8%. Dat is aanzienlijk hoger dan het geëist rendement van 9%.
  • Investeringsanalyse; de rentabiliteit op het eigen vermogen uit de huidige activiteiten bedraagt dus 14,8%. Om de rentabiliteit van 14,8% te handhaven moeten nieuwe investeringen minimaal een rendement opleveren van 14,8%. Is het rendement van de nieuwe investering lager dan 14,8% dan verwatert de rentabiliteit van het eigen vermogen. Wat inhoudt dat door de nieuwe investering de (gemiddelde) rentabiliteit over het eigen vermogen lager dan de huidige 14,8% wordt.
 
Kostprijsberekening gaat veelal uit van begrote kosten. Waarna met een winstopslag de verkoopprijs wordt bepaald. In de praktijk zullen de werkelijke variabele en constante kosten afwijken. Daarbij zal de afzet waarschijnlijk ook afwijken van de normale productie. Op de pagina Nacalculatie & Verschillenanalyse worden deze prijs- en bezettingsverschillen verder toegelicht

Deel House of Control via Social Media